Gemeten: de woningnood in cijfers die je nog niet kende
Nieuwe CBS-data onthullen een verborgen dimensie van het woningtekort: het gaat niet alleen om aantallen, maar om de verdeling.
Het woningtekort in Nederland is inmiddels een vertrouwde kop in de krant. Maar nieuwe CBS-data laten zien dat het probleem complexer is dan we dachten — en dat de gangbare oplossingen mogelijk de plank misslaan.
Ja, er is een tekort van circa 390.000 woningen. Maar CBS-onderzoeker dr. Anke de Graaf onderscheidt een dimensie die zelden belicht wordt: de mismatching. Niet alleen het totaalaantal klopt niet, ook de verdeling naar type, grootte en locatie is fundamenteel scheef.
Concreet: er zijn in Nederland 2,1 miljoen eenpersoonshuishoudens die in woningen wonen die voor minstens twee personen bedoeld zijn. Tegelijkertijd zoeken 380.000 gezinnen tevergeefs naar een woning met vier kamers of meer.
"We spreken over het woningtekort alsof het één probleem is," zegt De Graaf. "Maar er zijn eigenlijk twee tekorten: te weinig kleine woningen voor alleenstaanden en te weinig grote woningen voor gezinnen. Die lossen elkaar niet op."
Geografisch is het beeld al even genuanceerd. In de Randstad is het tekort het grootst in absolute aantallen, maar relatief is het het zwaarst in middelgrote steden als Amersfoort, Zwolle en Breda. Juist die steden trekken de meeste jonge gezinnen, maar bouwen het minst snel.
Wat betekent dit voor beleid? De Graaf pleit voor meer differentiatie in bouwprogramma's. "Als we alleen maar gezinswoningen bouwen om aan de vraag te voldoen, lossen we de mismatch niet op. We hebben meer studio's en tweekamerappartementen nodig, en we moeten nadenken over hoe we grote woningen vrijmaken door senioren te verleiden kleiner te wonen."
De data bieden ook hoop: als 10 procent van de senioren die in een te grote woning wonen zouden doorstromen, komen er 200.000 woningen beschikbaar. Dat is meer dan de helft van het totale tekort.