De stille revolutie in de Nederlandse zorg: wijkverpleegkundigen nemen de regie
In twaalf gemeenten experimenteren wijkverpleegkundigen met een nieuw model waarin zij de centrale spil zijn in de eerstelijnszorg. De eerste resultaten zijn opvallend.
In twaalf Nederlandse gemeenten loopt een stil maar ingrijpend experiment. Wijkverpleegkundigen nemen er de regie over de eerstelijnszorg — niet langer de huisarts, maar de verpleegkundige staat centraal in het netwerk rondom de patiënt.
Het model, ontwikkeld door Nivel en het LUMC, geeft wijkverpleegkundigen bevoegdheden die ze eerder niet hadden: ze mogen medicatie bijstellen, doorverwijzen naar specialisten en zorgplannen opstellen zonder tussenkomst van een arts.
In Tilburg, een van de deelnemende gemeenten, merken inwoners het verschil. "Vroeger moest ik weken wachten op een afspraak met de huisarts voor iets wat mijn verpleegkundige ook kon oplossen," zegt patiënt Jan Verhoeven (72). "Nu komt ze gewoon langs en regelt ze het direct."
De resultaten na anderhalf jaar zijn opvallend. In de twaalf pilotgemeenten daalde het aantal onnodige ziekenhuisopnames met 18 procent. Huisartsen zeggen minder druk te ervaren en meer tijd te hebben voor complexe casussen.
"Dit is geen bedreiging voor huisartsen, maar een verlichting," zegt huisarts dr. Marianne Smits uit Breda. "Wij kunnen ons focussen op de dingen waarvoor we echt nodig zijn."
Toch is niet iedereen enthousiast. De Landelijke Huisartsen Vereniging heeft zorgen over verantwoordelijkheidsverdeling en aansprakelijkheid. "De grenzen tussen beroepen worden vager, en dat brengt risico's mee," aldus LHV-voorzitter Nienke Feenstra.
De onderzoekers zijn voorzichtig maar optimistisch. Als het experiment succesvol afloopt, zou het model landelijk uitgerold kunnen worden — een stille revolutie in hoe Nederland de zorg organiseert.