Fietssnelwegen: hoe Brabant het woon-werkverkeer heruitvindt
Met 300 kilometer aan fietssnelwegen wil Noord-Brabant het autoverkeer terugdringen. De eerste trajecten zijn klaar — en populairder dan verwacht.
Op de F58 tussen Eindhoven en Waalre fietsen op een doordeweekse ochtend honderden forensen. De weg is breed, vlak en vrijwel vrij van kruisingen. Weggebruikers rijden er comfortabel 25 tot 30 kilometer per uur — sneller dan menig auto in de spits.
Dit is Noord-Brabants antwoord op de files: een netwerk van 300 kilometer aan fietssnelwegen dat de grootste steden van de provincie met elkaar verbindt. De eerste 120 kilometer is al klaar, de rest volgt voor 2028.
De cijfers zijn indrukwekkend. Op de geopende trajecten nam het fietsgebruik met gemiddeld 40 procent toe. Meer dan de helft van de gebruikers geeft aan dat ze vroeger de auto namen voor dezelfde rit.
"We hadden verwacht dat het populair zou worden," zegt projectleider Ingrid Willems van Provincie Noord-Brabant. "Maar de groei was sneller dan al onze prognoses. Mensen rijden hier zelfs in de regen, wat voor Nederlandse fietsers zeldzaam is."
Wat maakt deze wegen anders dan gewone fietspaden? Ten eerste zijn ze breed: minimaal vier meter, zodat fietsers en e-bikers elkaar kunnen inhalen. Ten tweede zijn er minimaal kruisingen met autoverkeer — waar die er zijn, heeft de fietser altijd voorrang. Ten derde zijn ze verlicht en onderhouden als autosnelwegen.
Maar het project stuit ook op weerstand. Boeren en grondbezitters langs de route zijn niet altijd blij met de onteigening van percelen. En critici vragen zich af of de investering — totaal 800 miljoen euro — niet beter in het openbaar vervoer gestoken had kunnen worden.
Willems pareert de kritiek: "Wij geloven in gedragsverandering door infrastructuur. Als je goede alternatieven biedt, kiezen mensen vanzelf anders. Dat zien we hier elke dag."